Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

>>> Artikel 37
  1. Het verzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden.
  2. Het verzoek geschiedt schriftelijk en is gemotiveerd. Na de aanvang van een terechtzitting kan het ook mondeling geschieden.
  3. Alle feiten of omstandigheden moeten tegelijk worden voorgedragen.
  4. Een volgend verzoek tot wraking van dezelfde rechter wordt niet in behandeling genomen, tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden.
  5. Aanstonds na een verzoek tot wraking wordt de behandeling geschorst.