KLOKKENLUIDERVERVOLGING
DE MATE WAARIN EEN KLOKKENLUIDER VERVOLGD WORDT, LAAT ZIEN HOE GRAAG MEN DE FEITEN IN DE DOOFPOT HOUDT!
HOE MEER WAARHEID, DES TE MEER VERVOLGING!

dinsdag 7 april 2015

7 april, Toppunt Klassenjustitie Gerechtshof Amsterdam

Kan het nog vuiler, nog gemener
 en nog meer corrupt bij de keurige edelachtbaren het
 Corrupte Zwarte Toga Tuig waar wij het gepeupel uit eerbied voor op moet staan als zij de rechtszaal betreden?

Ja hoor, kan allemaal in onze schurkenstaat!

(Ik wordt door de staat absoluut de dood ingedreven >>> velen gingen mij al voor. Toch vraag ik nog voor enige tijd enkele vierkante meters ruimte! Voor een bed, een tafel, een stoel, gebruik van wc en douche en VOORAL OOK INTERNET! Een kleine ruimte met internetaansluiting om hier nog even mee door te kunnen gaan onder absolute eigen verantwoording! Dit alles i.v.m. het door misdaadgroep woningcorporatie Stadgenoot inzetten van een een oneigenlijk vuil >>> wapen, mijn eenkamerwoning)

Nico van den Ham, inmiddels toch heel wat gewend betreffende zijn vele eigen zaken, maar nog meer wat hij ervaart tijdens zijn bezoeken aan rechtbanken om rechtszittingen klassenjustitie-schijnvertoningen van ander voetvolk bij te wonen, telkens toch nog weer verbijsterd.

 
>>> 
Politiek en reguliere media zwijgt. 

Geheime zitting
Op 2 april kwam ik er bij toeval achter, dat er betreffende een van mijn rechtszaken, op dinsdag 7 april een geheime rolzitting is in het gerechtshof Amsterdam. Ik heb voor deze hoger beroep zaak veel geld, griffierechten, reiskosten en dergelijke moeten betalen en heel veel werk gehad. Inhoudelijk is er in deze Amsterdamse doofpotzaak nog niets behandeld, dus ook niets onderzocht. Dinsdag zal door de Amsterdamse Misdaadgroep Woningcorporatie Stadgenoot en haar >>> kliek arrest in deze zaak worden gevraagd, zodat er (via een corrupt justitieel foefje) opnieuw niets onderzocht kan en hoeft worden en de doofpot voor de zoveelste keer met behulp van de misdaad-rechtspraak dicht kan blijven. Ik heb nog geen briefje van het gerechtshof ontvangen inzake de zitting en mag in deze zaak niets meer doen, omdat ik geen advocaat heb zo werd mij telefonisch met groot leedvermaak door ene mevrouw Veerman van het gerechtshof medegedeeld. 

Onderstaande brief schreef ik nog even snel voor het paasweekend aan het Corrupte Klassenjustitie-Zwarte-Toga-Tuig.
Het schrijven is door mij persoonlijk tegen ontvangstbewijs afgegeven aan het Amsterdamse gerechtshof, maar uit ervaring weet ik dat de kans groot is, dat het schrijven de rechters niet zal bereiken, of althans beweerd wordt dat het de rechters niet heeft bereikt. Zo gaat dat nu eenmaal bij de 'keurige' Nederlandse klassenjustitierechtsspraak als het om klootjesvolk gaat.

_________________________________________


Aan de Raadsheren mr.  L.A.J. Dun,  mr. C.G. Kleene-Eijk en mr. M.L.D. Akkaya



N.G. van den Ham                                               Gerechtshof Amsterdam
Prins Bernhardplein 136                                        IJdok 20. Pers. afgegeven
1097BK Amsterdam                                             1 brief, 3 bladzijden
Tel: 020-2235980                                               tegen ontvangstbewijs
mobiel: 06-19215778
email: nico.vandenham@gmail.com                                                         

                                                                                                                                                                                             Amsterdam 3 april 2015


Zaaknummer:  200.149.550/01

Geachte rechters,
Op 2 april heeft ondergetekende uw gerechtshof opgebeld inzake een algemene vraag en heeft gesproken met mevrouw Veerman. Mevrouw Veerman deelde mede dat er op dinsdag 7 april 2015 op de rol staat, ‘beraad partijen’ inzake ondergetekende zijn zaak. Verder deelde mevrouw Veerman mede dat partijen arrest kunnen vragen of pleidooi. Ondergetekende kwam er dus zo bij toeval achter dat er op dinsdag 7 april 2015 inzake zijn zaak een schriftelijke rolzitting is.

Ondergetekende eist dat hij verder zelf optreedt in de onderhavige zaak. Ondergetekende wijst op de feiten, dat 3 rechters in Amsterdam hebben besloten dat, nadat ondergetekende zijn advocaat had ontslagen tijdens de zitting, ondergetekende zelf kon verzoeken tot wraking en 6 rechters in Den Haag hebben besloten dat ondergetekende zelf zijn zaak kan voeren. De beslissingen en de processen-verbalen van de wrakingen zijn uitsluitend op de naam van ondergetekende toegezonden en dat is dan het bewijs dat in deze zaak ondergetekende de zaak zelf voert en moet blijven voeren.
  
Ondergetekende beroept zich daarbij op de volgende internationale verdragen die volgens artikel 94 van de Nederlandse grondwet boven de Nederlandse wetten staan:


International Covenant on Civil and Political Rights

Article 14

1. All persons shall be equal before the courts and tribunals. In the determination of any criminal charge against him, or of his rights and obligations in a suit at law, everyone shall be entitled to a fair and public hearing by a competent, independent and impartial tribunal established by law. The press and the public may be excluded from all or part of a trial for reasons of morals, public order (ordre public) or national security in a democratic society, or when the interest of the private lives of the parties so requires, or to the extent strictly necessary in the opinion of the court in special circumstances where publicity would prejudice the interests of justice; but any judgement rendered in a criminal case or in a suit at law shall be made public except where the interest of juvenile persons otherwise requires or the proceedings concern matrimonial disputes or the guardianship of children.

2. Everyone charged with a criminal offence shall have the right to be presumed innocent until proved guilty according to law.

3. In the determination of any criminal charge against him, everyone shall be entitled to the following minimum guarantees, in full equality: (a) To be informed promptly and in detail in a language which he understands of the nature and cause of the charge against him;

(b) To have adequate time and facilities for the preparation of his defence and to communicate with counsel of his own choosing;

(c) To be tried without undue delay;

(d) To be tried in his presence, and to defend himself in person or through legal assistance of his own choosing; to be informed, if he does not have legal assistance, of this right; and to have legal assistance assigned to him, in any case where the interests of justice so require, and without payment by him in any such case if he does not have sufficient means to pay for it;

(e) To examine, or have examined, the witnesses against him and to obtain the attendance and examination of witnesses on his behalf under the same conditions as witnesses against him;

(f) To have the free assistance of an interpreter if he cannot understand or speak the language used in court;

(g) Not to be compelled to testify against himself or to confess guilt.

4. In the case of juvenile persons, the procedure shall be such as will take account of their age and the desirability of promoting their rehabilitation.

5. Everyone convicted of a crime shall have the right to his conviction and sentence being reviewed by a higher tribunal according to law.

6. When a person has by a final decision been convicted of a criminal offence and when subsequently his conviction has been reversed or he has been pardoned on the ground that a new or newly discovered fact shows conclusively that there has been a miscarriage of justice, the person who has suffered punishment as a result of such conviction shall be compensated according to law, unless it is proved that the non-disclosure of the unknown fact in time is wholly or partly attributable to him.

7. No one shall be liable to be tried or punished again for an offence for which he has already been finally convicted or acquitted in accordance with the law and penal procedure of each country.

________________________________________


Artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens

Artikel 6. Recht op een eerlijk proces

1. Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft een ieder recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. De uitspraak moet in het openbaar worden gewezen maar de toegang tot de rechtszaal kan aan de pers en het publiek worden ontzegd, gedurende de gehele terechtzitting of een deel daarvan, in het belang van de goede zeden, van de openbare orde of nationale veiligheid in een democratische samenleving, wanneer de belangen van minderjarigen of de bescherming van het privé leven van procespartijen dit eisen of, in die mate als door de rechter onder bijzondere omstandigheden strikt noodzakelijk wordt geoordeeld, wanneer de openbaarheid de belangen van een behoorlijke rechtspleging zou schaden.

2. Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden, totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.

3. Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, heeft in het bijzonder de volgende rechten:

a. onverwijld, in een taal die hij verstaat en in bijzonderheden, op de hoogte te worden gesteld van de aard en de reden van de tegen hem ingebrachte beschuldiging;

b. te beschikken over de tijd en faciliteiten die nodig zijn voor de voorbereiding van zijn verdediging;

c. zich zelf te verdedigen of daarbij de bijstand te hebben van een raadsman naar eigen keuze of, indien hij niet over voldoende middelen beschikt om een raadsman te bekostigen, kosteloos door een toegevoegd advocaat te kunnen worden bijgestaan, indien de belangen van een behoorlijke rechtspleging dit eisen;

d. de getuigen à charge te ondervragen of te doen ondervragen en het oproepen en de ondervraging van getuigen à décharge te doen geschieden onder dezelfde voorwaarden als het geval is met de getuigen à charge;

e. zich kosteloos te doen bijstaan door een tolk, indien hij de taal die ter terechtzitting wordt gebezigd niet verstaat of niet spreekt.

______________________________________________


Ondergetekende protesteert tegen de hier beschreven gang van zaken bij het gerechtshof Amsterdam. Ondergetekende is nergens van op de hoogte gesteld en is niet opgeroepen voor de rolzitting. Het gerechtshof Amsterdam wil nu zelfs het recht op het ‘zelf’ verdedigen van ondergetekende ontnemen. Het belang in deze zaak is voor ondergetekende heel groot omdat op basis van deze rechtszaak de tegenpartij ook een procedure is gestart om zijn woning te ontruimen om ondergetekende op zijn 62 zo dakloos te maken, de daaraan verbonden mogelijkerwijze gevolgen voor zijn gezondheid en de enorme financiële gevolgen die verbonden zijn aan dit hoger beroep.

In afwachting van uw beslissing dat ondergetekende zelf zijn eigen verdediging kan voeren en daarmee een eerlijke procedure kan krijgen.


Hoogachtend,


N.G. van den Ham